Op grond van artikel 10 van de Successiewet moeten kinderen, die de woning van hun ouders in eigendom hebben gekregen en waarbij de ouders het levenslang recht van vruchtgebruik hebben gekregen, toch deze woning bij overlijden van de ouder(s) opgeven voor de erfbelasting. Tot en met 2009 kon worden volstaan met de waarde van de woning ten tijde van de overdracht, maar sinds 1 januari 2010 dient de waarde van de woning ten tijde van het overlijden te worden aangegeven. Dit om te voorkomen dat bij overlijden de blote eigendom (eigendom van de kinderen belast met het vruchtgebruik van de ouders) tot volle eigendom aangroeit zonder dat daarover erfbelasting verschuldigd is. De door de kinderen bij de overdracht betaalde koopsom mag (vermeerderd met 6% rente per jaar) worden afgetrokken van de op te geven waarde.
De Staatssecretaris heeft onlangs verduidelijkt dat hetzelfde geldt voor de gesplitste aankoop: de aankoop van de blote eigendom geschiedt door de kinderen en het vruchtgebruik door de ouders. De waarde ten tijde van het overlijden dient voor de erfbelasting te worden aangegeven en de betaalde koopsom kan, vermeerderd met rente, in aftrek worden gebracht. |